Productiemethoden - de tapijtknooptechnieken:
geweven, geknoopt of getuft

Productieproces doemt op
Weefgetouw

Over de techniek van tapijten maken

De techniek van tapijten maken gaat ondanks de technische vooruitgang in veel andere ambachten nog net zo in zijn werk als honderd jaar geleden. De knowhow is van generatie op generatie overgedragen en vereist ontelbare stappen die stuk voor stuk voldoende kwalificaties vereisen.

De wereld van tapijten biedt een verscheidenheid aan productiemethoden zoals knoop- en weeftechnieken. Nu vraagt u zich wellicht af wat precies geknoopt, geweven of getuft betekent? Graag zorgen wij voor opheldering en noemen wij naast de verschillende methoden ook de voordelen per knooptechniek.

Tapijten worden afhankelijk van het materiaal, het gebruiksdoel en de stijl met de hand gemaakt of machinaal geproduceerd. Maar elke werkwijze is hoe dan ook een ambacht op zich. Zo produceren de fabrikanten tapijten die uw kamers veranderen in oasen van welbevinden, die het interieurklimaat positief beïnvloeden en die puur dienen voor het opvangen van vuil of het isoleren van geluid.
Productie van balgaren

Productiemethoden van tapijten in detail

Tuften: Voor de productie van tapijten wordt vaak gebruik gemaakt van tuften. Want met deze speciale methode kunnen heel veel verschillende producten relatief voordelig worden geproduceerd. De begrippen tufting, tuften of getuft vinden hun oorsprong in het Engelse „tuft“, wat letterlijk 'bos' of 'pluk' betekent. Bij tuften wordt het poolgaren (garen van de gebruikslaag) in een geprefabriceerde ondergrond (de rug of primary backing) geprikt. Om de poolnoppen vast met de ondergrond te verbinden, wordt de achterkant van het halffabricaat voorzien van een coating, die grotendeels bestaat uit latexdispersies of polyurethaan. Ook een schuimrug of een secondary backing komt daarbij als alternatief in aanmerking. De volgens deze methode gemaakte tapijten worden 'tuftingproducten' genoemd. In Duitsland behoren deze tapijten inmiddels tot de populairste vloerkleden: ca. 85 procent is getuft, ongeveer 10 procent geweven en de rest wordt gemaakt volgens de naaldvilttechniek. De volgende bewerking is beslissend voor het oppervlak, bijvoorbeeld een lussenpool of een gesneden pool (velourstapijt).

Weven: Bij weven worden de ketting- of scheringdraden (worden in het weefgetouw in verticale richting parallel opgespannen) verdeeld en door speciale voorzieningen deels omlaag gebracht en deels opgetild. Daardoor ontstaat tussen deze draden een opening, het zogenaamde vak. Door dit vak glijdt een schietspoel die de inslagdraad in het weefsel brengt. Door het afwisselende optillen en omlaag brengen van de kettingdraden komen deze resp. boven en onder de inslagdraden te liggen – er ontstaan gekruiste draden, binding genoemd. Deze traditionele methode wordt ook tegenwoordig nog door enkele fabrikanten gebruikt bij kleine en grote breedten – door gebruik te maken van synthetische vezels ontstaat er een geheel nieuwe kwaliteit. Bij deze productiemethode is een maximaal comfort gegarandeerd en dat heeft natuurlijk zijn prijs.

Naaldvilttechniek: Onder een naaldvilttapijt verstaan we een uit een of meer vezelvliezen opgebouwde stoffen vloerbedekking. De vliezen bestaan uit willekeurig georiënteerde stapelvezels, die door vernaalding met elkaar zijn vervlochten. Het tapijt kan met en zonder rug worden vervaardigd en door een chemische of thermische binding wordt er extra stabiliteit verkregen. Volgens de naaldvilttechniek gemaakte tapijten zijn bij uitstek geschikt voor zwaar gebruik.

Kugelgarn®: Kugelgarn®-vloerbedekkingen worden vervaardigd volgens een methode die verwant is aan de naaldvilttechniek en die is ontwikkeld door het Zwitserse bedrijf FABROMONT. Kugelgarn®-vloerbedekkingen zijn gemakkelijk te verwerken. Vanwege de hoge dichtheid van de Kugelgarn®-vezels zijn na het leggen geen naden en ook geen snijranden zichtbaar. Het product is bovendien volledig richtingvrij, waardoor er maximaal 3 – 5 procent afval is. In tegenstelling tot geweven en getufte producten bestaat de gebruikslaag niet uit gesponnen garens of filamenten (eindloze vezels), maar uit vezels die tot bolletjes zijn gedraaid.
Oppervlaktetapijt productieproces

Oppervlakken van getufte tapijten

Velours: Velours betekent letterlijk 'fluwelige stof'. De bij het tuften gevormde lus wordt al in de machine opengesneden (Engels: „to cut“ - snijden). Met cut worden veloursnoppen aangeduid van normaal gesponnen garens of filamenten van gemiddelde poolhoogte, die net als bij een scheerkwast opengaan en een veloursachtig oppervlak vormen.

Speciale informatie: shading

Velourstapijt is vanwege zijn fluweelzachte oppervlak en zijn gevarieerde schaduwingseffecten erg populair. Tijdens het gebruik kan heel soms blijvende schaduwing optreden, dit wordt shading of poolomloop genoemd: Onafhankelijk van looproutes of zwaar belaste delen vormen zich schijnvlekken op de vloer. Deze vlekken, die de indruk wekken dat er water op het tapijt is gemorst, kunnen niet door borstelen of met water worden verwijderd. Shading ontstaat bij velours tapijten onafhankelijk van het materiaal en ongeacht of het om natuurlijke of synthetische vezels gaat. Ook de productiewijze is niet bepalend. Shadingeffecten doen zich zowel bij machinaal vervaardigde als bij handgeknoopte tapijten voor. Het gaat om een zuiver optisch verschijnsel, dat niet ten koste gaat van de gebruiksgeschiktheid en dat ook niet door de fabrikant en/of de stoffeerder kan worden beïnvloed.

Frisé: Bij frisétapijt wordt het garen sterk getwijnd en vervolgens gefixeerd. Het oppervlak is zeer praktisch voor dagelijks gebruik en is extreem bestand tegen loopsporen en loopvlakvorming.

Saxony: De Saxony (Engelse vakaanduiding voor hoogpolig velours) heeft een poolhoogte vanaf ca. 9 mm en bestaat uit thermisch gefixeerde, al dan niet getwijnde garens (veredelingsmethode, product wordt aan een warmtebehandeling onderworpen en krimpt). De extra vertwijning resulteert in duidelijk van elkaar te onderscheiden pooltjes (punteffect), dat beter bestand is tegen de stuikende werking door belopen en door statische belasting (bijv. stoelpoten) dan de afzonderlijke garenvezels van gewoon velours - typisch daarbij is een korrelig oppervlaktebeeld.

Bouclé: Het bouclé tapijt bestaat uit niet-gesneden kleine lussenpolen van dezelfde hoogte. De bijzondere productiemethode maakt bouclé vloerbedekking zeer robuust en extreem slijtvast. Anders dan bij velours zijn de lussenpolen elastisch: Ze worden bij belasting samengedrukt en richten zich daarna weer op.

Geschoren bouclé: Het geschoren bouclé tapijt bestaat in tegenstelling tot gewoon bouclé tapijt uit lussenpolen van verschillende hoogte, waarbij van de hoge lussen de top is afgeschoren. Dit leidt tot een speels structuureffect.

Hoog-laagstructuur: Bij het zogenaamde hoog-laagtapijt hebben we te maken met een zeer populair oppervlaktedessin. Het 3D-effect van een tapijt wordt hierbij zeer effectief benadrukt.

Productieproces

Er zijn verschillende methoden om een hoog-laagstructuur te bereiken

Cut-loop of ook wel hoog-laag-cut-loop is de officiële Engelse benaming voor een hoogwaardige productiewijze van een hoog-laagdessin. Bij deze techniek wordt de hoge lus die het dessin vormt, al in de tuftmachine opengesneden. Daardoor vormt de hoge lus een duidelijk afgegrensd hoog velours oppervlak tegenover het lagere oppervlak van de niet-gesneden lussenpool. Een cut-loop is altijd de stijlvolle versie van het hoog-laagdessin met meestal een fluwelig oppervlaktebeeld.

De cut-loop-saxony of ook de hoog-laag-cut-loop-saxony is een cut-loop tapijt dat is gemaakt van thermisch gefixeerd getwijnd garen. Dit getwijnde garen heeft juist in de gevoeligere, meer aan het oppervlak liggende delen (stuikende werking alleen op klein samenhangend oppervlak) een stabiliserende werking. Zowel cut-loop-saxony als hoog-laag-cut-loop-saxony behoren tot het neusje van de zalm van getufte tapijten en hebben een zeer goed herstellingsvermogen.

Hoog-laag-tip-sheared: Hoog-laag-tip-sheared is het Engelse vakbegrip voor 'met geschoren punten'. Het bijzondere van deze techniek: De hoge lussen worden pas achteraf machinaal geschoren. Daarbij wordt maar een deel van de hoge lussen afgeschoren, terwijl de restanten van de liggende lussenbasis lichtere plekken – zogenaamde 'blitzer' – op het nu stompe veloursoppervlak vormen. Het is precies dat wat het bijzondere karakter van het hoog-laag-tip-sheared tapijt vormt.

Cross-over: Het Engelse begrip cross-over, letterlijk 'overstekend', geldt als vast begrip bij het aanbrengen van tuftdessins. Garens in verschillende kleuren (ton-sur-ton of complementair) worden volgens een gespecificeerd dessin in de tuftmachine gestoken en in de naalden van de naaldbalk geregen. Tuftdessins worden hoofdzakelijk daar benodigd waar vrijwel effen werkende kleine dessins ('dessins' zijn doorlopende patronen op stoffen) door bedrukking niet kunnen worden weergegeven of wanneer er te grote contourvervormingen zouden kunnen ontstaan. Van cross-over wordt ook gebruik gemaakt voor geometrische dessins bij geweven vloerbedekking, omdat de garens, anders dan bij drukken, door en door zijn geverfd tot op het weefsel. Tapijten met tuftdessin worden in de vaktaal bij velours ook wel COC (cross-over-cut) of bij bouclé ook wel COL (cross-over-loop) genoemd. Een door tuften gedessineerd tapijt werkt doorgaans stijlvoller dan bedrukte producten vanwege de door en door geverfde garens. Bij getufte tapijten met kleine dessins moet tijdens het leggen bij de naden zeer zorgvuldig worden gewerkt, omdat er anders een 'ritssluitingeffect' kan ontstaan.

Vlak geweven tapijt productieproces

Tapijten met structuren

Carving: Door middel van carving, in het Nederlands 'contoursnijden', kunnen in frisétapijten de mooiste dessins worden aangebracht. Aan de fantasie worden daarbij geen grenzen gesteld. In het fond van het tapijt kunnen bijvoorbeeld golven, bloemen of fantasievolle dessins worden gesneden. Het bijzondere daarbij: dit is geen machinaal proces, maar moet met hoogwaardig handwerk individueel in het tapijt worden uitgesneden.

Platweefsel: Platgeweven tapijten zijn zeer slijtvaste, gemakkelijk te onderhouden vloerkleden zonder pool. Dit resulteert afhankelijk van de productiewijze in een glad of uiterst gestructureerd oppervlak. Platweefsel is er in verschillende oppervlakken – van eenvoudig met alleen de hoofdbinding tot rechtstreekse afleidingen daarvan, waarbij ook de kosten toenemen. Onder platweefsels worden weefsels verstaan die worden geweven op een 'vlak' weefgetouw met horizontaal, lees vlak verlopende schering, waarbij de inslagdraden met een schietspoel en van zelfkant naar zelfkant worden ingebracht. Door de robuuste materialen en de bijzonder vlakke weefstructuur zijn deze tapijten bij uitstek geschikt voor de hal, de keuken en de gang. Bijzonder populair zijn daarbij materialen als sisal en jute, maar ook kunstvezels.

Tapijtkeuze met bijzondere knooptechnieken

  • Geweven vloerkleed Kelim Gemêleerd Beige
    Geweven vloerkleed Kelim Gemêleerd Beige
    Kies uw Maat
  • Designer vloerkleed Gemêleerd Grijs Beige
    Designer vloerkleed Gemêleerd Grijs Beige
    Kies uw Maat
  • Designer vloerkleed Geometrische vormen Groen
    Designer vloerkleed Geometrische vormen Groen
    Kies uw Maat
  • Mooi vloerkleed Shaggy Eenkleurig Wit
    Mooi vloerkleed Shaggy Eenkleurig Wit
    Kies uw Maat
Alle prijzen zijn incl. BTW.
© 2019 by Diva Teppich Center
Design by PurPure | Code by schoenkannjeder
Nach oben